Als ouder blijf je een belangrijke rol spelen in het leven van je kind, ook wanneer je kind tijdelijk of langdurig niet thuis woont. Een plaatsing in een pleeggezin kan veel vragen oproepen. Wat mag je als ouder beslissen? Waar word je bij betrokken? Welke informatie krijg je over je kind? En wat wordt er van jou verwacht in het contact met hulpverleners, pleegouders en je kind?
Op deze pagina lees je meer over de belangrijkste rechten en plichten die je als ouder hebt. De precieze afspraken kunnen per situatie verschillen, bijvoorbeeld als je wel of geen gezag hebt over je kind. Toch is het belangrijk om te weten dat je als ouder recht hebt op informatie, begeleiding en betrokkenheid. Tegelijkertijd wordt er steeds gekeken naar wat veilig, passend en in het belang van je kind is.
Jeugdhulp
Volgens de Jeugdwet zijn gemeenten verantwoordelijk voor alle vormen van jeugdhulp. In de jeugdwet is vastgelegd dat een kind in het geval van een uithuisplaatsing, indien mogelijk, bij pleegouders of in een gezinshuis wordt geplaatst. Wanneer dit aantoonbaar niet in het belang is van het kind, wordt er naar andere oplossingen gezocht. Bij de uiteindelijke keuze staat het belang van het kind altijd voorop.
Recht op begeleiding
Net als pleegkinderen en pleegouders hebben ouders volgens de Jeugdwet recht op begeleiding. De pleegzorg organisatie moet ouders in ieder geval informeren en betrekken bij de hulp. Het is mogelijk dat ouders intensievere begeleiding nodig hebben, bijvoorbeeld bij het vergroten van hun opvoedingsvaardigheden. Hiervoor is de gemeente verantwoordelijk.
Recht op informatie
Naast recht op begeleiding hebben ouders ook recht op informatie. Bijvoorbeeld over het opstellen van het hulpverleningsplan. Ouders met gezag hebben recht op informatie over hun kind. Tot de 16de verjaardag van een kind hebben ouders recht op alle informatie. Vanaf 16 jaar mag een pleegkind zelf beslissen welke informatie ouders krijgen. Hebben ouders geen gezag meer? Dan is er een voogd die belangrijke beslissingen over het kind neemt. Ouders zonder gezag hebben ook recht op informatie over hun kind. Ze moeten hier dan wel zelf om vragen.
Beslissingen nemen
Voor het nemen van beslissingen wordt een zorgteam samengesteld. Dit zorgteam bestaat uit alle belangrijke betrokkenen: pleegouders, kind, ouders, pleegzorgbegeleiding en eventuele andere belangrijke betrokkenen.
Wanneer ouders gezag hebben over het kind, maken zij de belangrijkste keuzes in het leven van hun kind, bijvoorbeeld schoolkeuze en medische zaken. Dat verandert niet als het kind in pleegzorg verblijft. Wel wordt er samen met elkaar bekeken of de keuzes in het belang zijn van het welzijn, de ontwikkeling en de veiligheid van het kind. Zeggenschap over de dagelijkse gang van zaken ligt voor een deel ook bij pleegouders en betrokken hulpverleners. In het zorgteam maak je samen met de pleegouders en hulpverleners afspraken over de dingen die belangrijk zijn voor jou en je kind.
Je kind blijft je kind, ook als hij of zij niet bij je woont of als je het gezag niet meer hebt. Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen een gezinsvoogd en een voogd.
Bij een ondertoezichtstelling houd je als ouder het gezag over je kind. Je krijgt dan verplichte begeleiding van een gezinsvoogd, ook wel jeugdbeschermer genoemd. De gezinsvoogd kijkt met je mee en maakt samen met jou afspraken over de verzorging en opvoeding van je kind. Je gezag kan daarbij wel worden ingeperkt.
Wanneer de rechter jouw ouderlijk gezag heeft beëindigd, krijgt je kind een voogd. De voogd heeft dan het gezag en neemt belangrijke beslissingen over bijvoorbeeld school, medische zorg en de opvoeding van je kind. Je neemt deze beslissingen als ouder niet meer zelf. Je blijft wel altijd de ouder van je kind en houdt recht op informatie en, wanneer dit veilig is, contact met je kind.

